Door het aanvallen van Iran met een zeer geavanceerde computerworm om de atoomplannen van het land te verstoren is mogelijk het tegenovergestelde bereikt. Dat stellen onderzoekers in een nieuw rapport. De Stuxnetworm zou door de Verenigde Staten zijn ontwikkeld, mogelijk met hulp van Israël. Het doelwit was de de Iraanse uraniumverrijkingscentrale in Natanz.
De malware zou in 2009 en 2010 de centrifuges van de centrale hebben gesaboteerd. In een rapport dat in het tijdschrift van het Royal United Services Institute (RUSI) werd gepubliceerd, staat dat Stuxnet juist problemen en kwetsbaarheden in Iraanse verrijkingscentrales blootlegde die anders onopgemerkt waren gebleven en dat de productie van verrijkt uranium het jaar nadat de worm ontdekt was juist omhoog ging.
Ook zou het aantal machines in Natanz sinds augustus 2010 flink zijn toegenomen. Iran moest eind 2009 en begin 2010 zo'n 1000 centrifuges vervangen, wat aan Stuxnet wordt toegeschreven. Volgens de auteur van het rapport, Ivanka Barzashka, heeft Stuxnet geen invloed op het gebruik van nieuwe machines gehad.
Voordeel
Stuxnet zou juist een 'netto-voordeel' voor Iran hebben gehad, zo laat ze weten. "De malware, als die er al in slaagde Natanz te infiltreren, heeft Iraniërs voorzichtiger gemaakt in het beschermen van hun nucleaire faciliteiten." De data die Barzashka voor het rapport gebruikte was van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) afkomstig.
Dat ligt sinds het aantreden van de Japanner Yukiya Amano en de publicatie van een omstreden rapport over de nucleaire mogelijkheden van Iran in 2011 zelf ook onder vuur.
Deze posting is gelocked. Reageren is niet meer mogelijk.