Door Anoniem op 02-07-2026 om 21:19 uur: Door EersteEnigeEchte M.J. - EEEMJ op 02-07-2026 om 19:44 uur: Door Anoniem op 02-07-2026 om 17:29 uur: Door Anoniem op 02-07-2026 om 16:47 uur: Kun je ons een lijst ter beschikking stellen waarmee je aangeeft hoe jouw antwoord in 14 punten correspondeert met de 8 genummerde verzoeken aan de ASN-bank van EEEMJ ?
Het giswerk waarmee je de lezer nu opzadelt is nodeloos verwarrend, getuigt van weinig respect voor de lezer en kan als obscurantisme opgevat worden.
[Verduidelijking waar nrs. 1 t/m 14 naar verwijzen.]
Dank aan @Anoniem om 16:47 uur voor jouw terechte vraag aan @Anoniem van 14:38 uur om verduidelijking. Het was mij ook niet duidelijk op welke punten hij/zij reageerde, omdat hij/zij alleen nummers noemde waarvan niet duidelijk was waar ze naar verwezen. Nu geeft heeft hij/zij om 17:29 uur alsnog een verduidelijking gegeven. Ik zal hieronder op elk nummer van @Anoniem van 14:38 en 17:29 uur kort reageren.
[reactie van M.J. op punten 1 t/m 14 van @Anoniem van 14:38 en 17:29 uur]
M.J.
Ik ga op slechts twee punten in. Discussieren doe ik in de kroeg aan de toog.
Kun je uitleggen waarom je voor jouw bespreking van uitsluitend deze twee punten
niet verwijst naar een discussie in de kroeg aan de toog? Je wekt nu namelijk de schijn dat je mij op de overige twaalf punten gelijk moet geven maar dat niet openlijk wilt toegeven en al die punten daarom maar opportunistisch en hautain uitroept tot "kroeg-onderwerpen".
M.J. op 02-07-2026 om 19:44 uur in reactie op punt 13: Ik heb ASN "verzocht" om een kopie van de geluidsopname. Die geluidsopname is zonder mijn instemming gemaakt. ASN voert "leerdoeleinden" aan als reden voor het maken van een geluidsopname die drie maanden lang wordt bewaard. Voor zoiets persoonlijks als een geluidsopname van 55 minuten, lijken "leerdoeleinden" mij niet voldoende noodzaak. Dit doet de vraag rijzen of de geluidsopname stiekem misschien ook voor andere doelen is gemaakt (function creep). Bijvoorbeeld omdat ASN zichzelf juridisch wil kunnen indekken. In dat geval is er sprake van een oneigenlijke benadeling van mij als klant wanneer ASN die precieze juridisch relevante informatie voor mij geheim houdt.
Bovendien is een bewaartermijn van drie maanden in mijn ogen niet proportioneel voor het doel "leerdoeleinden". Als er een geluidsopname wordt gemaakt, kunnen eventuele "leerpunten" daar binnen een dag uit geëxtraheerd worden, waarna de geluidsopname meteen kan worden vernietigd. Ik heb ASN mede om die reden ook "verzocht" om het vernietigen van die geluidsopname binnen twee weken. Dat is van mijn kant een zeer ruimhartige en redelijke termijn.
De stelling dat een bewaartermijn van drie maanden disproportioneel is voor het doel "leerdoeleinden" mist een deugdelijke onderbouwing.
Je vergeet wat artikel 5.2 AVG hierover zegt. De bewijslast ligt bij de verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval ASN. De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat de gegevensverwerking voor een bepaald doel noodzakelijk is. Jij keert de bewijslast om, zoals veel "marginaal toetsende" rechters trouwens (ook) doen, in strijd met de wet. Ze nemen dan ten onrechte simpelweg aan dat de verwerkingsverantwoordelijke wel gelijk zal hebben tenzij de betrokkene (de natuurlijke persoon) het tegendeel aantoont.
De enkele opvatting dat eventuele leerpunten binnen één dag uit een geluidsopname kunnen worden geëxtraheerd, maakt niet dat een langere bewaartermijn niet noodzakelijk kan zijn.
Je hanteert hier de bekende dubbele ontkenning die zo kenmerkend is voor de "marginale toetsing" die bestuursrechters plegen. Maar een verwerkingsverantwoordelijke is geen bestuursorgaan. Dat vergeten al die bestuursrechters.
Het beginsel van opslagbeperking uit de AVG vereist niet dat persoonsgegevens onmiddellijk worden verwijderd zodra een eerste gebruik heeft plaatsgevonden. De norm is dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk voor het doel waarvoor zij zijn verwerkt. Wat noodzakelijk is, hangt af van de aard van het doel en de wijze waarop dit in de praktijk wordt uitgevoerd.
Je doelt hier waarschijnlijk op het beginsel van dataminimalisatie (art. 5.1.c AVG). Nee, wat noodzakelijk is hangt niet af van "de wijze waarop dit in de praktijk wordt uitgevoerd". Het is andersom. De vraag of de gegevensverwerking überhaupt mag plaatsvinden en zo ja, de wijze waarop die in de praktijk mag worden uitgevoerd, hangen af van wat noodzakelijk is met het oog op een legitiem doel. Het Europese gerechtshof (HvJ-EU, 9 januari 2025) spreekt in dit verband van "objectieve onontbeerlijkheid" voor het realiseren van het "hoofddoel" waarbij subdoelen "integrerend" deel kunnen uitmaken van de doelen die met de verwerking worden nagestreefd.
Bij leer- en kwaliteitsdoeleinden is het niet ongebruikelijk dat opnames gedurende een beperkte periode beschikbaar blijven voor periodieke evaluaties, coaching, kwaliteitscontroles, kalibratiesessies en eventuele vervolgbeoordelingen. Juist het kunnen terugluisteren van de oorspronkelijke opname kan noodzakelijk zijn om eerdere analyses te verifiëren, aanvullende leerpunten te identificeren of medewerkers op consistente wijze te beoordelen. De veronderstelling dat alle relevante inzichten binnen één dag volledig kunnen worden vastgesteld, is daarom speculatief en houdt onvoldoende rekening met de praktijk van kwaliteitsborging.
In feite zeg je hier dat persoonsgegevens (geluidsopnames) van klanten die gedwongen worden om met de bank te telefoneren omdat de bank hun rekening zonder noodzaak heeft geblokkeerd, vervolgens weer door die bank mogen misbruikt voor trainingen waarbij die geluidsopnames ook door derden (willekeurige medewerkers van de bank) mogen worden beluisterd met wie de betrokkene (de bankklant) zelf helemaal niet heeft gesproken.
Ik weet dat dit inmiddels gebruikelijk is, omdat deze wanpraktijk de afgelopen twintig jaar stapsgewijs is ingevoerd en bij klanten met overmacht is afgedwongen. Dit is een misstand die inmiddels genormaliseerd is.
Ik vind het prima als de medewerker met wie ik genoodzaakt word een telefoongesprek te voeren, zelf van dat gesprek leert en het eventueel evalueert met een supervisor (bijvoorbeeld een "coach" zoals in het geval van het gesprek op 1 juli jl.). Vervolgens kan die medewerker zijn leerervaringen desgewenst delen in intervisie met andere medewerkers, zodat ook zij daarvan kunnen leren. Maar het is volstrekt niet nodig om mijn persoonlijke stemgeluid nog eens af te draaien voor een publiek van dertig mij totaal onbekende bankmedewerkers. Dat is niet "objectief onontbeerlijk", zoals het HvJ-EU als voorwaarde stelt.
Daarnaast is de kwalificatie dat een bewaartermijn van twee weken "zeer ruimhartig en redelijk" zou zijn uitsluitend gebaseerd op de persoonlijke opvatting van betrokkene. Dat vormt geen objectieve maatstaf voor de beoordeling van de noodzakelijkheid of proportionaliteit van een bewaartermijn.
Een bewaartermijn van drie maanden is net zo min gebaseerd op een objectieve maatstaf, maar is een arbitraire beslissing van de verwerkingsverantwoordelijke.
Indien een verwerkingsverantwoordelijke gemotiveerd kan onderbouwen dat een bewaartermijn van drie maanden noodzakelijk is voor het bereiken van het leer- en kwaliteitsdoel, en deze termijn vooraf is vastgesteld en beperkt is in duur, is niet zonder meer sprake van een disproportionele verwerking.
Een verwerkingsverantwoordelijke kan altijd wel een verhaal bedenken waarom bankmedewerkers over tien jaar ook nog kunnen leren van het beluisteren van een geluidsopname van tien jaar geleden. Het gaat niet om "gemotiveerd onderbouwen", maar om "aantonen dat het objectief onontbeerlijk is" (zoals artikel 5.2 AVG vereist). Dat heeft ASN niet gedaan.
De enkele omstandigheid dat een kortere bewaartermijn denkbaar is, betekent evenmin dat de gekozen termijn in strijd is met de AVG. De AVG verlangt een noodzakelijke en proportionele bewaartermijn, niet per definitie de kortst denkbare termijn. Zonder concrete feiten waaruit blijkt dat drie maanden langer is dan redelijkerwijs noodzakelijk, kan niet worden geconcludeerd dat deze bewaartermijn disproportioneel is.
Opnieuw keer je hier de bewijslast om, in strijd met het aantoonbaarheidsvereiste van artikel 5.2 AVG. Zie mijn eerdere opmerking daarover.
M.J. op 02-07-2026 om 19:44 uur in reactie op punt 7: Ik heb hierover eerder in deze draad mijn opvatting gegeven, met onderbouwing van argumenten, inclusief argumenten over hoe de AVG op dit punt zou moeten worden geïnterpreteerd. Met de huidige stand der techniek(!) is de bewering dat "gezichtskenmerken" geen "biometrische gegevens" zouden zijn, gespeend van elke realiteitszin. Het is een malafide juridische fictie, waarmee de bescherming die artikel 9 AVG beoogt te bieden aan natuurlijke personen (zoals aangegeven in artikel 1 AVG), door rechters onderuit wordt gehaald.
Als jij met "een gewone visuele controle" doelt op een zichtcontrole met (uitsluitend) het blote oog, dan ben ik het op dat punt helemaal met je eens. Een zichtcontrole met het blote mensenoog is geen "verwerking" van gegevens zoals bedoeld in de AVG. Ik heb in mijn brieven van 16 juni en 2 juli aan de ASN aangegeven dat ik op zich geen bezwaar zou hebben tegen een zichtcontrole (met het blote oog) van mijn identiteitsdocument.
Het betoog berust grotendeels op een beleidsmatige opvatting over hoe de AVG volgens jou zou moeten worden uitgelegd, niet op de wijze waarop de AVG daadwerkelijk luidt en door de rechter wordt toegepast.
Je scheert hier twee zaken ten onrechte over één kam: "de wijze waarop de AVG daadwerkelijk luidt" en "de wijze waarop de AVG door de rechter wordt toegepast". Ik heb steeds het onderscheid tussen die twee benadrukt.
Mijn opvatting is niet "beleidsmatig", want ik maak geen beleid. Mijn opvatting is persoonlijk, en gebaseerd op een goede analyse van de letterlijke tekst van de AVG - zoals ik eerder in deze draad op Security.nl heb onderbouwd.
Dat de huidige stand van de techniek gezichtsherkenning mogelijk maakt, betekent niet dat ieder beeld van een gezicht of ieder zichtbaar gezichtskenmerk automatisch een biometrisch gegeven in de zin van artikel 9 AVG is.
Niet ieder beeld, maar wel alle beelden waaruit binnen een milliseconde biometrische gegevens kunnen worden afgeleid. Bijvoorbeeld scherpe pasfoto's. Dat zijn biometrische gegevens, als artikel 9 AVG en de bijbehorende overwegingen op een integere manier geïnterpreteerd zouden worden door rechters, met het oog op artikel 1 AVG waarin het doel van de AVG is verwoord.
De AVG maakt bewust onderscheid tussen gewone persoonsgegevens en biometrische gegevens.
Inderdaad.
Op grond van artikel 4, onderdeel 14, AVG zijn biometrische gegevens slechts gegevens die voortkomen uit een specifieke technische verwerking van fysieke, fysiologische of gedragsgerelateerde kenmerken, waarmee de unieke identificatie of authenticatie van een natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd.
Het verzamelen en opslaan van gezichtskenmerken in digitale systemen, bijvoorbeeld in JPEG-formaat,
is(!) zo'n specifieke technische verwerking.
Niet het enkele bestaan van gezichtskenmerken is dus doorslaggevend, maar de wijze waarop deze worden verwerkt en het doel van die verwerking.
Inderdaad, voorwat betreft de wijze van verwerking. Zoals gezegd, het digitaal verwerken van gezichtskenmerken
is(!) zo'n wijze van verwerking.
Voor wat betreft het doel van die verwerking, dat is (als de AVG met respect voor de realiteit en voor het doel van de AVG wordt gelezen) niet bepalend voor de vraag of er sprake is van een biometrisch gegeven of niet. Een niet-biometrisch gegeven wordt niet opeens "biometrisch" als het voor een ander doel wordt verwerkt. En omgekeerd ook niet. Maatgevend is de aard van het gegeven zelf. Ook dit heb ik eerder in deze draad op Security.nl besproken.
Als de aard van het gegeven niet meer maatgevend is, dan kun je namelijk ook wel gaan zeggen dat een BSN-nummer geen persoonsgegeven is als het alleen voor een huishoudelijk doel wordt verwerkt. Zo zit de AVG echter niet in elkaar. Volgens de AVG is een BSN-nummer wèl een persoonsgegeven, maar valt de verwerking van persoonsgegevens voor huishoudelijke doelen niet onder de materiële werkingssfeer van de AVG (zie artikel 2, tweede lid en onder c AVG). Het is belangrijk om aan deze systematiek van de AVG vast te houden, omdat die van wezenlijk belang is voor de realisatie van het doel van de AVG, namelijk de bescherming van natuurlijke personen (zie artikel 1 AVG).
Dat onderscheid is ook logisch.
Nee, dat onderscheid is niet logisch. Jij vindt dat onderscheid gewenst. Dat is iets anders.
Als de enkele aanwezigheid van een gezicht voldoende zou zijn om sprake te laten zijn van biometrische gegevens, zouden pasfoto's op identiteitsbewijzen, foto's in personeelsdossiers, beveiligingsbeelden en videobellen in beginsel allemaal onder het verbod van artikel 9 AVG vallen.
Ja, en terecht. Dergelijke gegevens mogen alleen worden verwerkt:
a) met toestemming van de betrokkene (de natuurlijke persoon); of
b) indien er sprake is van een strikte noodzaak.
Dit spoort ook met de systematiek van artikel 8 EVRM, waarin gesproken wordt van een "noodzaak in een democratische samenleving", alsmede met het leerstuk van "objectieve onontbeerlijkheid" zoals verwoord door het HvJ-EU.
Videobellen zou dan nog steeds prima kunnen, met instemming van de bellers. Pasfoto's op identiteitsbewijzen ook, omdat er daar sprake is van een noodzaak. Of foto's in personeelsdossiers "noodzakelijk" zijn, lijkt mij een vraag waarvan het antwoord onder andere afhankelijk is van het soort functie dat iemand bekleedt. Bij een huisarts (als die in dienstverband werkt) of een plantsoenmedewerker lijkt het me om verschillende redenen niet noodzakelijk. Bij een ingenieur die werkt aan een nucleaire reactor wel. De huidige wildgroei aan "beveiligingsbeelden" mag mijns inziens best wel eens kritisch getoetst worden op het punt van vermeende "noodzakelijkheid". Is een camera op elke straathoek "noodzakelijk"? In mijn ogen niet, en bovendien schadelijk. Maar de aanhangers van totalitaire massasurveillance denken daar anders over dan ik.
Dat is niet wat de AVG bepaalt en evenmin hoe deze in de rechtspraak en door toezichthouders wordt uitgelegd.
Het is wel(!) wat er in de tekst van de AVG staat, maar inderdaad niet hoe de AVG in de rechtspraak en door toezichthouders de afgelopen jaren wordt uitgelegd. Zij negeren willens en wetens de essentie van de wet op dit punt, omdat er grote politieke en commerciële belangen zijn die zij als belangrijker ervaren dan trouw aan de wet. Uiteraard wensen zij zichzelf daar niet van bewust te zijn, ze moffelen het liever weg, ook uit hun eigen bewustzijn.
De kwalificatie dat deze uitleg een "malafide juridische fictie" zou zijn, is bovendien ongefundeerd. Het betreft geen kunstmatige constructie van rechters, maar een rechtstreeks gevolg van de tekst van de AVG zelf.
Nee. Het betreft wel degelijk een interpretatie van rechters. Elke rechterlijke interpretatie is in zekere zin "kunstmatig", maar ik zou zelf dat woord in dit verband liever niet gebruiken. Ik zou eerder spreken van een "gekozen constructie".
Jij stelt dat die constructie geen "malafide juridische fictie" zou zijn, maar je geeft daarvoor geen argumenten. Ik noem die fictie "malafide" omdat hiermee door rechters willens en wetens afbreuk wordt gedaan aan het doel van de AVG, zoals vastgelegd in artikel 1 AVG, namelijk de bescherming van natuurlijke personen waar het gaat om hun persoonsgegevens. Uiteraard willen rechters hun eigen handelen liever niet zo kritisch bekijken. Het past niet bij hun positieve zelfbeeld, een zelfbeeld dat is ingebed in bepaalde, zelfcomplimenteuze ficties over welke belangen zij in de praktijk dienen.
De wetgever heeft bewust gekozen voor een definitie waarbij biometrische gegevens alleen onder de bijzondere categorieën vallen indien sprake is van een specifieke technische verwerking die is gericht op unieke identificatie of authenticatie. Rechters passen die wettelijke definitie toe; zij creëren haar niet.
Het staat rechters volledig vrij om gewoon te erkennen dat het verwerken van een pasfoto in een digitaal bestand van de bank precies dat is wat de wetgever aangeeft, namelijk: "een specifieke technische verwerking die is gericht op unieke identificatie of authenticatie",
Het ontkenningsgedrag van rechters en toezichthouders op dit punt is een keuze, die te maken heeft met politieke en commerciële belangen, en de internalisering van politieke propaganda en de propaganda van lobbyisten door rechters en toezichthouders.
Dat de technologische ontwikkelingen aanleiding kunnen geven tot een wens voor strengere regelgeving, is een legitiem standpunt. Dat is echter een argument voor wetswijziging en niet voor een uitleg die afwijkt van de tekst, systematiek en doelstelling van de huidige AVG. Het bestaan van nieuwe technische mogelijkheden rechtvaardigt niet dat wettelijke begrippen ruimer worden uitgelegd dan uit de verordening zelf volgt.
Ik heb reeds aangegeven hoe de huidige verordening correct moet worden gelezen (zie boven). Nu dat kennelijk al jarenlang "niet lukt", ben ik tevens voorstander van een wetswijziging waarin dit nog explicieter wordt verwoord, zodat rechters en toezichthouders het beter gaan "begrijpen" (a.k.a. op dit punt niet langer kunnen wegkijken). De politieke trend is op dit moment echter omgekeerd. De EU (EC, braaf gevolgd door het Europarlement, bijv. als het gaat om de op 16 juni door dat parlement aangenomen "Omnibus") probeert de bescherming die de AVG burgers biedt, juist te verzwakken.
Juist daarom kan niet worden geconcludeerd dat de huidige uitleg van het begrip "biometrische gegevens" in strijd is met artikel 1 of artikel 9 AVG. De bescherming van artikel 9 is bedoeld voor specifieke vormen van biometrische verwerking en niet voor iedere verwerking waarbij een gezicht of gezichtskenmerken zichtbaar zijn.
Nee, artikel 9 is bedoeld voor de specifieke (Nederlandse AVG-tekst: "bepaalde"), technische verwerking van ALLE biometrische gegevens. Jij hoort met je drog-interpretatie kennelijk bij de grote groep voorstanders van een verdere verzwakking van de bescherming die de AVG aan burgers biedt.
Moraal van het verhaal: we zitten bij een bank die voorheen ethisch was, maar we bepalen zelf wat goed voor ons is:
Door EersteEnigeEchte M.J. - EEEMJ:
Mocht u mijn verzoeken niet binnen twee weken inwilligen, dan zal ik nadere stappen overwegen. Bijvoorbeeld het indienen van een klacht bij het Kifid en/of het genereren van (verdere) publiciteit.
M.J.
Dit heeft helemaal niets met privacy te maken maar met ego. Een ego wat er uit bestaat dat een activist bepaald wat goed voor de rest is. Pedant is het goede woord hier.
Hier ga je weer op de man spelen, en daarmee ontmasker je jezelf als een rancuneus iemand die een hekel heeft aan mondige burgers. Jij wilt kennelijk dat burgers de afbraak van hun rechten en vrijheden in de praktijk gelaten ondergaan. Ik vind wat anders. Iedereen mag opkomen voor zijn privacy en voor zijn recht op privacy.
In mijn geval is mijn drijfveer een grote bezorgdheid over de toekomst van de maatschappij, met het oog op volgende generaties, aan wie ik een beter, humaan leven toewens en gun. Ik voel ook een zekere verantwoordelijkheid om eraan bij te dragen dat de ontstellende schade die mijn generatie en de daaraan voorafgaande en direct daaropvolgende generatie hebben aangericht op het gebied van de rechtsstaat, milieu, sociale omgangsvormen etc., althans enigszins wordt gemitigeerd. Bijna tegen beter weten in hoop ik dat de ergste rampen nog kunnen worden voorkomen.
M.J.